Ze stonden altijd te shinen in de voorkamer van mijn oma.

Mijn oma woonde in Beneden-Leeuwen, een dorpje niet ver van Nijmegen vandaan. Om de zondag ging ik samen met mijn ouders naar oma. We zaten dan altijd in de achterkamer, vanuit waar we door een glazen scheiding de nette voorkamer konden zien. Daar stonden ze te shinen. Een driezitsbank, twee fauteuils en een immense kast. Als kind vond ik ze prachtig om te zien. Maar dat was misschien ook een beetje omdat we er nooit op mochten zitten.

Als kind heb ik mijn vader er meerdere malen van weten te overtuigen dat wanneer oma ooit dood zou gaan, ik die stoelen en bank wel wilde hebben. Jaren gingen voorbij. Tot in 2010 mijn oma kwam te overlijden. Niet veel later sprak mijn vader me aan: ‘Jij wilde die banken hebben toch? Anders gooi ik ze weg.‘ Mijn vader vond ze duidelijk een stuk minder mooi dan ik.

Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om ze weg te doen, dus heb ik ze ‘tijdelijk’ op mijn kantoor gezet. Dat tijdelijk is een ruim begrip geworden, want inmiddels zijn we 9 jaar en drie kantoren verder en nog altijd zijn ze bij me. Eind 2018 begonnen we As you were en al snel kwam voorzichtig de vraag: ‘Jongens, hoe zouden jullie we het vinden om de meubels van mijn oma op kantoor te hebben staan?‘ Een week later hielp iedereen een handje om ze van mijn vorige kantoor naar onze nieuwe studio te verhuizen.

Vaak hoor ik de opmerking ‘Wat leuk bedacht om zulke oude meubels op je kantoor te zetten. Hoe bedenk je het?‘ De dingen die niet bedacht zijn maar simpelweg gebeuren omdat het bij je hoort, zijn vaak de dingen die anderen als ‘bijzonder’ opmerken. Misschien zouden we allemaal gewoon wat vaker de dingen moeten doen die bij ons passen.

In al die tijd is de bank overigens gewoon in gebruik. Daar zijn banken voor toch? En mochten we ooit weer verhuizen. De banken van oma gaan gewoon weer mee.